In het afwegingskader wordt op hoofdlijnen het pad beschreven dat een jeugdige of gezin met een ondersteuningsvraag doorloopt, als richtinggevend kader voor de toeleiding naar passende ondersteuning. De wettelijke vereisten zijn daarin meegenomen. Belangrijkste argumenten om een afwegingskader te hanteren zijn:
Systematisch kunnen werken op basis van eenduidige ordeningsprincipes.
Borgen van het cliëntperspectief in het toeleidingsproces en de hulpverlening. Dit betekent: het op basis van doordachte criteria nemen van besluiten welke voor jeugdigen en/of ouder(s) zeer belangrijk (en soms ingrijpend) zijn.
Het borgen van een gestructureerd professioneel oordeel en besluit in samenspraak en in overeenstemming met de jeugdige en/of ouder(s).
Het voorkomen van rechtsongelijkheid voor de jeugdige en/of ouder(s) op basis van procedurele verschillen in het toeleidingstraject.
Het op hoofdlijnen uniformeren van het toeleidingtraject om inhoud te geven aan de noodzakelijke randvoorwaarden ten aanzien van sturing, (gerichte) inkoop, bekostiging en verrekening welke in verantwoordelijkheden en in de (geautomatiseerde) omgeving en organisatie moeten worden vastgelegd.
Het hanteren van een eenduidig inhoudelijk kader als funderende methodiek voor de ordening binnen de keten van jeugdhulp en de daaraan gekoppelde innovatieopgaven voor de zorgaanbieders.
Artikel 6
Artikel 6.2
Doel afwegingskader
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Heemskerk 2015