De inzet van een PGB vereist in ieder geval inzicht en verantwoordelijkheid op meerdere gebieden. Bezwaren zijn er als er een vermoeden is dat de belanghebbende als budgethouder problemen zal hebben met het omgaan met een PGB en situaties waarbij het risico groot is dat het PGB niet besteed wordt aan het daarvoor bestemde doel.
Het college weigert een PGB in ieder geval als er sprake is van situaties zoals benoemd in artikel 8.1.4 a, d en e van de Jeugdwet, namelijk:
de jeugdige of zijn ouder(s) onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de jeugdige of zijn ouder(s) niet voldoen aan de voorwaarden van het persoonsgebonden budget, of
de jeugdige of zijn ouder(s) het persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het bestemd is.
Daarnaast kan het college een PGB weigeren als er een vermoeden is van een situatie waarin het verstrekken van een PGB niet gewenst is. Om een PGB af te wijzen, moet er een feitelijke onderbouwing zijn op grond waarvan afgewezen kan worden. Dit kan een medische onderbouwing zijn, maar ook het aantonen van eerder misbruik. De onderbouwing wordt in de beschikking vermeld. Tot slot kan het college een persoonsgebonden budget weigeren:
indien aan de jeugdige of zijn ouder(s) in de afgelopen drie jaren, voorafgaand aan de datum van het gesprek, een persoonsgebonden budget is verleend en waarbij door de jeugdige of zijn ouder(s) niet is voldaan aan de voorwaarden van het persoonsgebonden budget;
voor zover dit is bedoeld voor begeleidings- of administratiekosten in verband met het persoonsgebonden budget.
Zoals in de Jeugdwet is opgenomen, wordt er geen PGB verstrekt als het gaat om een minderjarige die een kinderbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel heeft gekregen of een jeugdige die is opgenomen in een gesloten accommodatie.
Artikel 7
Artikel 7.3
Weigering aanvraag PGB
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Heemskerk 2015