De bevoegdheid tot het vaststellen van de bebouwde kom is aan drie bestuurslagen toegekend.
Het college van burgemeester en wethouders stelt de bebouwde kom vast voor de ‘regeling’ als genoemd in artikel 3 lid 1 onder 5 t/m 10, 23, 28, 30, 31 en 42.
De gemeenteraad stelt de bebouwde kom vast voor de ‘regeling’ als genoemd in artikel 3 lid 1 onder 3, 12, 13 en 33.
Het college van Gedeputeerde Staten stelt de bebouwde kom vast voor de ‘regeling’ als genoemd in artikel 3 lid 1 onder 35.
Hoofdstuk 1
Artikel 4