Naar hoofdinhoud
1.. De begunstigingstermijn die in het besluit last onder dwangsom wordt gegeven, wordt vastgesteld op een redelijke termijn die nodig is om de overtreding te beëindigen. 2.. Een redelijke termijn is: voor kleine overtredingen zoals erfafscheidingen, bergingen, carports, afvaldumping, reclame, kleine gevelwijzigingen, 4 weken; voor vrijstaande bijgebouwen anders dan bergingen, 8 weken; voor kleine uitbouwen die onderdeel uitmaken van de woonfunctie zoals dakkapellen, 12 weken; voor grote uitbouwen die onderdeel uitmaken van de woonfunctie, 16 weken; voor illegale bewoning van panden die volgens het bestemmingsplan geen woonbestemming hebben, 6 maanden; 3.. Voor overtredingen die niet zijn genoemd in lid 2 onderdeel a tot en met e, wordt de termijn aangehouden die behoort bij de categorie als bedoeld in onderdeel a tot en met e waarmee de overtreding het meest vergelijkbaar is. 4.. In afwijking van de leden 2 en 3 wordt een langere termijn vastgesteld indien belangen van derden of andere bijzondere omstandigheden daarom vragen. 5.. Tenzij spoed is geboden bij het beëindigen van de overtreding bedraagt de begunstigingstermijn minimaal vier weken. 6.. De begunstigingstermijn bedraagt maximaal één jaar. 7.. Wordt niet aan de last voldaan, dan kan bij een volgende handhavingsprocedure de begunstigingstermijn worden ingekort, met dien verstande dat de termijn nooit korter is dan minimaal noodzakelijk om aan de last te kunnen voldoen.

Rechtspraak bij dit artikel