**1..** De raad benoemt op voordracht van het presidium twee leden van de rekenkamercommissie uit zijn midden en benoemt drie externen.
**2..** De raad kan plaatsvervangende leden benoemen. Het bepaalde in deze verordening is op plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing.
**3..** De leden van de rekenkamercommissie die tevens raadslid zijn, worden voor een periode gelijk aan de zittingsduur van de raad benoemd. De leden van de rekenkamercommissie die niet deel uitmaken van de raad (externe leden) worden voor een periode van maximaal twee maal vier jaar benoemd.
**4..** De raad benoemt de voorzitter van de rekenkamercommissie. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het langstzittende externe lid op als plaatsvervangend voorzitter, dan wel, als de overige leden een gelijke periode zitting hebben gehad, het oudste externe lid in jaren.
**5..** Artikel 15 en 81f van de Gemeentewet zijn eveneens van toepassing op de leden van de rekenkamercommissie.
Artikel 3