Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Afdeling 7

Artikel 2:29c

Weigerings- en intrekkingsgronden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Capelle aan den IJssel 2013

1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning indien de vestiging of de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan 2.. De burgemeester kan de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, als naar zijn oordeel het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting door de aanwezigheid van de inrichting nadelig wordt beïnvloed. 3.. Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met: het karakter van de straat en van de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal komen te liggen; de aard van de inrichting; de spanning waaraan het woon- of leefklimaat ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting; de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant of beheerder van de inrichting in deze of in andere inrichtingen; de intrekkingsgronden als bedoeld in artikel 2:29c, vierde lid, onder b tot en met i. 4.. De burgemeester kan de vergunning tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen indien: a.. blijkt dat de vergunning tengevolge van onjuiste of onvolledige gegevens en bescheiden is verleend; b.. de exploitant of de beheerder de bepalingen in deze paragraaf, dan wel de voorschriften, behorende bij de vergunning, overtreedt; c.. aannemelijk is, dat de exploitant of beheerder betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting; d.. de exploitant of beheerder strafbare feiten pleegt in de inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd; e.. de exploitant of beheerder zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele geaardheid; f.. zich in of vanuit de inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting; g.. er sprake is van een gewijzigde exploitatie, waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd; h.. op grond van verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen, dat intrekking wordt gevorderd door de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is vereist; i.. de exploitant of beheerder niet voldoet aan de in artikel 2:28a gestelde eisen. j.. er aanwijzingen zijn dat in de openbare inrichting personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel