Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 3.

De berekeningsgrondslag

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren

Eerste lid In dit lid is het uitgangspunt vastgelegd dat een maatregel wordt opgelegd over de toepasselijke WIJ-norm. Zie artikel 1 voor een begripsomschrijving. Tweede lid Indien sprake is van een gehuwde wordt de maatregel opgelegd op basis van de norm (dus incl. toeslag) die voor die jongere als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Artikel 7 van de Toeslagenverordening is hierbij dus niet van toepassing. De partner is hierbij niet aan te merken als een ander waarmee kosten kunnen worden gedeeld. Op deze wijze treft de maatregel de persoon wiens gedrag gecorrigeerd moet worden. Het voorkomt bovendien dat de hoogte van de maatregel afhankelijk is van de inkomenssamenstelling binnen het gezin en het voorkomt een ongelijkheid ten opzichte van de échte` alleenstaande (ouder). Derde lid De 18 tot 21-jarigen ontvangen een lage jongerennorm, die - indien noodzakelijk- wordt aangevuld door middel van aanvullende bijzondere bijstand in de kosten van levensonderhoud op grond van de WWB tot de norm voor een 21 jarige. Indien deze jongere een maatregel moet worden opgelegd, kan dit leiden tot rechtsongelijkheid ten opzichte van de 21-jarigen. Met deze bepaling wordt voorkomen dat deze jongere met aanvullende bijzondere bijstand voor dezelfde gedraging een lagere maatregel krijgt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel