Eerste lid
Het afzien van het opleggen van een maatregel índien elke vorm van verwijtbaarheid`ontbreekt, is geregeld in artikel 41, tweede lid, WIJ.
Dit zal in uitzonderingssituaties het geval zijn en over het algemeen omstandigheden betreffen die buiten de beïnvloedingssfeer van belanghebbende liggen, bijvoorbeeld een acute ziekenhuisopname.
Een andere reden om af te zien van het opleggen van een maatregel is dat de gedraging te lang geleden heeft plaatsgevonden (verjaring). Omwille van de effectiviteit is het nodig dat een maatregel spoedig nadat de gedraging heeft plaatsgehad, wordt opgelegd. Om deze reden wordt onder b. geregeld dat het college geen maatregelen oplegt voor gedragingen die langer dan één jaar geleden hebben plaatsgevonden.
Voor gedragingen die een schending van de informatieplicht inhouden en als gevolg waarvan ten onrechte een inkomensvoorziening is verleend of een te hoog bedrag aan inkomensvoorziening is verleend, geldt in de verordening een verjaringstermijn van vijf jaar. Een termijn van vijf jaar ligt voor de hand gelet op de ernst van de gedraging (fraude) en gelet op het feit dat de gemeente vaak tijd nodig zal hebben om de omvang van de fraude (het benadelingsbedrag) vast te stellen.
Tweede lid
Hierin wordt geregeld dat het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. Wat dringende redenen zijn, is afhankelijk van de concrete situatie en kan dus niet op voorhand worden vastgelegd. Het moet gaan om bijzondere omstandigheden, waarbij zowel materiële als immateriële factoren een rol kunnen spelen en die nog geen rol hebben gespeeld bij de beoordeling van de (hoogte) maatregel. Het is dus een aparte beslissing die pas genomen wordt nadat is besloten dat er aanleiding is tot afstemming. Het moet gaan om zwaarwegende redenen die op zich niets met van doen hebben met de afstemming. Met die omstandigheden is immers al rekening gehouden.
Gedacht kan worden dat betrokkene reeds door samenloop van diverse calamiteiten zodanig in de problemen is geraakt, dat het niet verantwoord is om ook nog een de uitkering te verlagen.
Ook de financiële positie kan een rol spelen. Een net gestarte schuldregeling zou bijvoorbeeld door de verlaging gefrustreerd kunnen worden.
Schending van de algemene beginselen van bestuur kan ook een dringende reden vormen. Bijvoorbeeld:
Belanghebbende mocht er op vertrouwen dat zijn gedrag wordt geaccepteerd omdat dit in het verleden ook is gebeurd.
Derde lid
Het doen van een schriftelijke mededeling dat het college afziet van het opleggen van een maatregel wegens dringende redenen is van belang in verband met eventuele recidive.
Hoofdstuk 1.
Artikel 6.
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren