**1.** De belasting bedoeld in artikel 2 onderdeel a, is verschuldigd bij
de aanvang van het parkeren.
**2.** In afwijking van het bepaalde in het vorige lid is de belasting
terstond na afloop van het parkeren verschuldigd, indien wordt
geheven door middel van het aanmelden bij de centrale computer.
**3.** De belasting bedoeld in artikel 2 onderdeel b, is verschuldigd op
het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
**4.** Indien het een bewoners-, bedrijfs- of werknemersvergunning betreft
en het tijdstip waarop de vergunning ingaat later is dan 1 januari
van het kalenderjaar waarop de vergunning betrekking heeft, is de
belasting verschuldigd voor zoveel volle dagen dat het kalenderjaar
nog telt.
**5.** Indien een parkeervergunning wordt ingetrokken of vervalt, wordt op
schriftelijke aanvraag restitutie van de belasting verleend over de
nog niet ingetreden volle dagen, waarop de parkeervergunning
betrekking heeft.
**6.** De in het vorige lid bedoelde restitutie wordt uitsluitend verleend
indien de vergunning en de daarbij behorende bescheiden zijn
geretourneerd bij de gemeente.
**7.** Indien als gevolg van maatregelen getroffen door of met instemming
van het gemeentebestuur de houder over een gedeelte van het tijdvak
waarvoor de parkeervergunning geldt geen gebruik kan maken van de
parkeervergunning, wordt restitutie verleend over het aantal volle
maanden gedurende welke dat gebruik niet mogelijk is geweest.
**8.** Restitutie van de parkeerbelasting wordt niet verleend indien het
bedrag daarvan minder bedraagt dan € 10,00.
AFDELING I.
Artikel 8