Aanlijnen van honden
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond op de weg of andere openbare plaatsen onaangelijnd te laten verblijven of lopen.
Van onaangelijnd in de zin van het eerste lid is ook sprake als de gebruikte lijn door lengte, constructie of materiaal verhindert dat de begeleider de hond voldoende in zijn macht heeft. Burgemeester en wethouders kunnen een maximum lengte voor de te gebruiken uitlaatlijnen voorschrijven.
Burgemeester en wethouders kunnen wegen, andere openbare plaatsen, of gedeelten daarvan aanwijzen waar het in het eerste lid gestelde verbod niet geldt, al dan niet naar tijd beperkt.
Van het gestelde in het eerste lid kan door burgemeester en wethouders ontheffing worden verleend. De houder van een ontheffing als hier bedoeld is verplicht deze onverwijld ter inzage af te geven aan de toezichthoudende of opsporende ambtenaar die om inzage vraagt.
Honden die zonder toezicht van of vanwege de eigenaar of houder worden aangetroffen elders dan op het erf van de eigenaar of houder, kunnen worden opgevangen, bewaard, verzorgd en uiteindelijk worden overgebracht naar een asiel door de in artikel 6.1a genoemde ambtenaren overeenkomstig een door burgemeester en wethouders nader vast te stellen regeling.
Als de eigenaar of houder van de hond bekend wordt, dan wordt die persoon of diens zaakwaarnemer van de opvang van het dier schriftelijk in kennis gesteld.
De eigenaar of houder is verplicht het dier, indien dit nog in leven is, binnen veertien dagen na de datum van verzending van het in het vorige lid bedoeld bericht op te halen of te doen ophalen.
De kosten van opvang, bewaring, overbrenging en verzorging worden zoveel als mogelijk verhaald op de eigenaar of houder van de hond, gelijktijdig met teruggave van het dier.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 11
Artikel 2:58
Artikel 2:58
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Baarn 2009