Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 11

Artikel 2:59b

Artikel 2:59b

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Baarn 2009

Verontreiniging en schade door honden De eigenaar of houder van een hond is verplicht: de uitwerpselen waarvan die hond zich op de weg of andere openbare plaatsen ontdoet onmiddellijk en duurzaam te verwijderen met een van de daartoe door burgemeester en wethouders geschikt geachte opruimmiddelen; voldoende opruimmiddelen die door burgemeester en wethouders geschikt worden geacht bij zich te dragen voor elke hond die door de eigenaar of houder op de openbare weg of andere openbare plaatsen wordt meegevoerd; de sub b bedoelde opruimmiddelen te tonen op eerste vordering van een ambtenaar die is belast met de zorg voor de naleving van dit artikel. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de in het eerste lid gestelde verplichtingen. De houder van een ontheffing als hier bedoeld is verplicht deze onverwijld ter inzage af te geven aan de toezichthoudende of opsporende ambtenaar die om inzage vraagt. Het in het eerste lid, aanhef en sub a gestelde gebod geldt niet op plaatsen die als zodanig door burgemeester en wethouders zijn aangewezen en die als zodanig herkenbaar zijn. Burgemeester en wethouders geven aan welke middelen zij geschikt achten als opruimmiddel, zoals bedoeld in het eerste lid. De eigenaar of houder van een hond is verplicht te zorgen dat dit dier geen schade aanricht aan parken, plantsoenen, op of aan de weg gelegen bloemperken, beplantingen, speelweiden, gazons of straatmeubilair.

Rechtspraak bij dit artikel