Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 11

Artikel 2:59e

Artikel 2:59e

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Baarn 2009

Honden voor bewakings-, opsporings- of verdedigingswerk Het is anderen dan degene met wie een hond een opleiding voor bewakings-, opsporings- of verdedigingswerk bij een erkende instantie met goed gevolg heeft afgerond, verboden deze hond anders dan kort aangelijnd op of aan de weg te laten verblijven of te laten lopen. Het is de eigenaar of de houder van een hond, die voor bewakings-, opsporings- of verdedigingswerk bij een erkende instantie wordt of gedeeltelijk is opgeleid, verboden deze hond anders dan kort aangelijnd op of aan de weg te laten verblijven of te laten lopen. 3. De eigenaar of houder van een hond, die voor bewakings-, opsporings- of verdedigingswerk bij een erkende instantie wordt of is opgeleid, is verplicht deze hond binnen zestig dagen na bekendmaking of aanschrijving vanwege burgemeester en wethouders te voorzien van een optisch leesbaar, niet verwijderbaar identificatiemerk in het oor of in de buikwand inhoudende de postcode en het huisnummer van het adres waarop eigenaar of houder staat ingeschreven blijkens het bevolkingsregister der gemeente, indien en voor zover burgemeester en wethouders dit tatoeëren hebben gevorderd bij openbare bekendmaking of individuele aanschrijving. Onder erkende instantie, bedoeld in de vorige leden wordt verstaan: onderafdelingen van rasverenigingen van werkhondenrassen; Nederlandse bond voor gebruikshondensportverenigingen; Koninklijke Nederlandse politiehondvereniging; Nederlandse bond voor de diensthond; andere instanties die bij openbaar bekend te maken besluit als zodanig worden aangemerkt door burgemeester en wethouders.

Rechtspraak bij dit artikel