Het overgangsrecht bij de uitloopschaal luidt als volgt:
Met ingang van 31 december 2014 is de uitloopschaal afgeschaft, behalve voor ambtenaren die vallen onder het overgangsrecht.
Voor de ambtenaar die is ingeschaald in de functionele schaal 1, 2, 3 of 4 geldt nog wel een uitloopschaal, waarbij de ambtenaar nog het maximum van de uitloopschaal kan bereiken, als hij:
op 31 december 2013 al in dienst was èn
na het bereiken van het maximum van de functionele schaal èn
als daarna zijn functioneren in drie opeenvolgende jaren elk jaar als 'goed' is beoordeeld, dan wel in twee opeenvolgende jaren elk jaar als ‘uitstekend’ is beoordeeld.
In afwijking van lid 2c geldt voor de ambtenaar van 50 jaar en ouder een uitloopschaal als na het bereiken van het maximum van de functionele schaal zijn functioneren in twee opeenvolgende jaren elk jaar als ‘goed’ of ‘uitstekend’ is beoordeeld.7 De insteek van het lokale beloningsbeleid is kort gezegd: ‘houden wat we hebben’. Mogelijk is er hier wel sprake van leeftijdsdiscriminatie, omdat het begunstigen voor een bepaalde leeftijdscategorie in dit geval niet te objectiveren is. In het nieuwe hoofdstuk 3 zelf zijn er geen regelingen meer opgenomen die voor medewerkers van 50 jaar en ouder gunstiger voorwaarden opleveren. Het was echter wel een wens van het lokale GO om iets voor oudere medewerkers in de lagere salarisschalen te doen. Het is met andere woorden overgangsrecht dat dateert uit de tachtiger jaren.
Indien in een jaar geen beoordeling plaatsvindt wordt dit niet gelijk gesteld met een beoordeling als ‘goed’.
De schaalovergang van de functionele naar de uitloopschaal vindt plaats met ingang van de maand waarop de ambtenaar voorheen zijn periodieke verhoging ontving.8 Hiermee wordt bereikt dat een medewerker die aan de eisen voldoet niet langer dan exact 3 of 2 jaar op zijn maximum hoeft te staan.
De ambtenaar die is ingeschaald in een hogere functionele schaal dan schaal 4 en die al wel op 31 december 2014 de uitloopschaal heeft bereikt, blijft ingeschaald in de uitloopschaal, maar hij krijgt na 31 december 2014 geen periodieke salarisverhogingen meer.9 Het zesde lid is een tekstuele wijziging van artikel 23:2:3a ARG (oud) maar dit betreft geen inhoudelijke wijziging.