Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
vaartuig: alle vaartuigen daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten;
woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot en geschikt is als dag- of nachtverblijf van één of meer personen;
woonschepenhavens: de havens zoals zijn omschreven in artikel 44;
ligplaats als bedoeld het openbaar water, dat als zodanig voor woonschepen is aangewezen;
in hoofdstuk V:
schipper: degene, die op het vaartuig het gezag uitoefent of degene, die hem vervangt dan wel als zodanig op treedt; voor het geval noch de schipper noch diens plaatsvervanger aanwezig is, wordt de eigenaar of gebruiker van het vaartuig aangemerkt als schipper;
rechthebbende: een ieder die over enig goed enige zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;
havenmeester: de ambtenaar of diens plaatsvervanger die als zodanig door burgemeester en wethouders is aangewezen en aan wie het toezicht op de haven, haventerreinen en de daarbij behorende werken is opgedragen.