1.De schipper van een gezonken vaartuig of de rechthebbende van een voor de scheepvaart hinderlijk voorwerp, is verplicht om onmiddellijk na het zinken daarvan kennis te geven aan de havenmeester.
Zowel bij dag als bij nacht dienen door of vanwege vorengenoemde schipper of rechthebbende zodanig bakens en/of lichten op of nabij het gezonken vaartuig of het voorwerp te worden geplaatst als door de beheerder van het water nodig wordt geoordeeld.
2.De schipper of rechthebbende dient ervoor zorg te dragen dat het gezonken vaartuig of het voorwerp binnen een door burgemeester en wethouders te stellen termijn uit het water is verwijderd, respectievelijk de lading is verwijderd en daarna het wrak wordt gelicht.
HOOFDSTUK II
Artikel 22
Gezonken vaartuigen en voorwerpen
Onderdeel van Haven- en Woonschepenverordening Middelburg