Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK I

Artikel 5

Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing

Onderdeel van Haven- en Woonschepenverordening Middelburg

1.. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; indien de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt. 2.. Een besluit tot intrekking of wijziging van een vergunning of ontheffing is met redenen omkleed. Dit besluit wordt niet genomen dan nadat de houder van de vergunning of ontheffing in de gelegenheid is gesteld binnen een door het bevoegde orgaan te stellen termijn zijn oordeel kenbaar te maken omtrent het voornemen tot het nemen van dit besluit. 3.. Het bepaalde in het tweede lid blijft buiten toepassing in spoedeisende gevallen en voorts wanneer de intrekking of wijziging voortvloeit uit een besluit van het bevoegde orgaan ten aanzien van vergunningen of ontheffingen van een bepaalde soort, dat dientengevolge voor alle vergunning- of ontheffinghouders is bedoeld.

Rechtspraak bij dit artikel