De hoogte van het pgb :
wordt bepaald aan de hand van een door cliënt opgesteld plan over hoe het pgb
besteed gaat worden;
bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de desbetreffende situatie goedkoopst adequate
voorziening in natura; en
is toereikend voor de inkoop of aanschaf van veilige, doeltreffende en kwalitatief goede
voorzieningen en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering.
De hoogte van een pgb voor voorzieningen die worden uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon of waarvoor bijzondere deskundigheid is vereist, wordt vastgesteld op basis van:
het laagst toepasselijke tarief dat voor dergelijke dienst zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder indien de dienst wordt uitgevoerd door een aanbieder;
80% van het laagst toepasselijke tarief dat voor dergelijke dienst wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder indien de dienst wordt uitgevoerd door een ZZP-er.
De hoogte van een pgb wordt voor:
een rolstoel vastgesteld op basis van de laagst toepasselijke kostprijs van de zaak die de cliënt zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt, inclusief onderhoud en verzekering,
een individuele vervoersvoorziening vastgesteld op basis van de laagst toepasselijke kostprijs van de voorziening die de cliënt zou hebben ontvangen als de voorziening in natura zou zijn verstrekt, inclusief onderhoud en verzekering,
een woonvoorziening vastgesteld op basis van maximaal 100% van de door het college goedgekeurde offertekosten,
verhuiskosten vastgesteld op een maximale vergoeding van € 3.278,11,
aanpassingen van woonwagens en woonschepen vastgesteld op een maximale vergoeding van € 981,13,
bezoekbaar en/of logeerbaar maken van een woning vastgesteld op een maximale vergoeding van € 7.037,47,
sportvoorziening vastgesteld op een maximale vergoeding van € 3.550,38 voor de aanschaf (maximaal € 2.853,35) en onderhoud (€ 679,03) van een sportvoorziening voor een periode van ten minste 3 jaar,
vervoersvoorziening voor het gebruik van een eigen auto vastgesteld op een maximale vergoeding van € 1218,69 per jaar,
vervoersvoorziening voor het gebruik van een bruikleen auto vastgesteld op een maximale vergoeding van € 821,96 per jaar,
vervoersvoorziening voor het gebruik van een taxi, als de aanvrager geen gebruik kan maken van het collectief vervoer en niet rolstoelgebonden is, vastgesteld op een taxitegoed van
€ 3.206,26 per jaar op declaratiebasis of op verzoek van de aanvrager een bijdrage van maximaal € 757,95 per jaar,
vervoersvoorziening voor gebruik van voor het gebruik van een rolstoeltaxi, als de aanvrager geen gebruik kan maken van het collectief vervoer en rolstoelgebonden is, vastgesteld op een taxitegoed van € 3.206,26 op declaratiebasis per jaar of op verzoek van de aanvrager een bijdrage van maximaal € 1.148,97 per jaar,
vervoervoorziening voor de kosten van aanpassing van de eigen auto vastgesteld op maximaal de kosten van de goedkoopst aanpasbare auto,
vervoer naar dagbesteding vastgesteld op basis van het laagst toepasselijke tarief dat voor dergelijke dienst zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder,
rolstoel vervoer naar dagbesteding of individueel vervoer naar dagbesteding
1°. door een professionele vervoerder vastgesteld op basis het laagst toepasselijke tarief dat voor dergelijke vervoer zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde vervoerder,
2°. door een persoon afkomstig uit het sociaal netwerk vastgesteld op basis van een kilometervergoeding tot maximaal twee enkele ritten per dag,
vervoer van de jeugdige van en naar een locatie waar jeugdhulp wordt geboden op grond van artikel 2.3, tweede lid,
1°. door een professionele vervoerder vastgesteld op basis het laagst toepasselijke tarief dat voor dergelijke vervoer zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde vervoerder,
2°. door een persoon afkomstig uit het sociaal netwerk vastgesteld op basis van een kilometervergoeding of vergoeding van kosten van het openbaar vervoer tot maximaal twee enkele ritten per dag.
In het tarief van een pgb zijn alle kosten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verlofdagen, feestdagen, verzekering(en) en reiskosten opgenomen.
Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt kan diensten betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk als:
deze persoon een tarief hanteert dat gelijk is aan het wettelijk minimumloon gekoppeld aan diens leeftijd met dien verstande dat voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning een tarief gehanteerd wordt dat maximaal 200% van het wettelijk minimumloon bedraagt, met dien verstande dat voor hulp bij het huishouden een tarief gehanteerd wordt dat gelijk is aan 120% van het wettelijk minimumloon;
tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald; en
de zorg aan de belanghebbende voor hem niet tot overbelasting leidt.
Het college bepaalt bij nadere regels onder welke voorwaarden de persoon aan wie een pgb wordt verstrekt de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk.
HOOFDSTUK 3
Artikel 9
Criteria voor een pgb
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda