In deze verordening wordt verstaan onder:
Bestuurlijke agenda: samenstel van afspraken die gemeenteraadsfracties maken bij het begin van een raadsperiode. Ook wel coalitieakkoord of raadsprogramma genoemd;
Continue beleidscyclus: cyclus die los staat van de P&C-cyclus, gebaseerd op kaderstellende beleidsplannen, waarin beleid doorlopend geëvalueerd, bijgesteld en verantwoord wordt;
Doelmatigheid: het realiseren van prestaties met zo min mogelijk middelen;
Doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten daadwerkelijk behaald zijn;
Investeringskrediet: een budget bestemd voor het vastleggen van vermogen voor een doel of object waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt;
Onderhoud: werkzaamheden die er voor zorgen dat het object waarop de werkzaamheden worden toegepast functioneel blijft en het gewenste kwaliteitsniveau behoudt;
Rechtmatigheid: in overeenstemming met wet- en regelgeving;
Taakveld: eenheden waarin de programma’s, of de eenheden in overzichten en bedragen in het programmaplan, zijn onderverdeeld, zoals bedoeld in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
Artikel 1.