**1..** De voorzitter en de leden van de Auditcommissie worden, behoudens tussentijdse vacatures, zo spoedig mogelijk benoemd na aanvang van een nieuwe raadsperiode.
**2..** Zij worden behoudens het bepaalde in lid 4 gekozen voor de duur van de raadsperiode.
**3..** Het lidmaatschap van de Auditcommissie vervalt op de dag waarop het lid ophoudt lid van de raad te zijn.
**4..** De leden benoemd ter vervulling van een opengevallen plaats, ter vervanging van een ontslagen lid of wegens tussentijdse uitbreiding van het aantal vertegenwoordigers, treden af op hetzelfde tijdstip als de leden, bedoeld in het eerste lid.