**1..** Ingeval van overlijden dan wel blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vergunning voor een vaste plaats of seizoenplaats worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of de levenspartner dan wel de aangewezen opvolger van de vergunninghouder, onverminderd het bepaalde in artikel 2.6;
**2..** Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind van de vergunninghouder een vaste plaats of seizoenplaats krijgen indien hij tenminste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft laten inschrijven op de opvolgingslijst.
**3..** Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder dan wel nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.
**4..** Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.