Het college kan een vergunning voor een vaste plaats of seizoenplaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste twee achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of degene die hem bijstaat:
het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt;
van de plaats gebruik maakt, strijdig met het doel waarvoor zij is bestemd;
zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
niet of niet tijdig het marktgeld voldoet, zoals bedoeld in de “Verordening marktgelden”;
in privaatrechtelijke zin nalatig blijft de betaling van de geleverde elektra te voldoen;
ter verkrijging en behoud van de vergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens heeft verstrekt;
op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan vergunning is vereist