Als gebieden bedoeld in artikel 2.5.16, lid 2, van de verordening worden aangewezen de gebieden aangegeven op de bij dit besluit behorende kaart, nader aan te duiden als:
a een gedeelte ter grootte van ±2.400 m2 van het talud langs de spoordijk tussen de Kerkstraat en de Zwarteweg;
b een zestal stroken ter grootte van in totaal ±2.275 m2 langs de Glanerbeek;
c de westelijke berm ter grootte van ±1.090 m2 langs de W. Barendszstraat.