Voor het toestaan dan wel het veranderen van een uitweg gelden de volgende voorwaarden.
In beginsel wordt één uitweg per te ontsluiten perceel toegestaan;
Als uitzondering op het in lid 1 van dit artikel bepaalde kan ten behoeve van een woning een tweede uitweg worden toegestaan;
Als uitzondering op het in lid 1 van dit artikel bepaalde kan ten behoeve van een bedrijfsperceel gelegen in een bedrijventerrein/industriegebied, meer dan één uitweg worden toegestaan;
Uitwegen, als bedoeld in lid 2 en 3 van dit artikel, moeten ten minste voldoen aan alle voorwaarden en voorschriften zoals die gelden voor de eerste uitweg;
De gemeente is eigenaar van de uitweg gelegen in de openbare ruimte en is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud ervan;
Aan de vergunning kunnen andere voorwaarden worden verbonden inzake de wijze waarop van de vergunning gebruik mag worden gemaakt;
Aan de vergunning kunnen eisen worden gesteld die betrekking hebben op het aanzien van de omgeving, op de leefbaarheid van de omgeving, op de (verkeers)veiligheid en op de bruikbaarheid van de weg;
De vergunning wordt uitsluitend verleend indien alle voor de aanvraag benodigde gegevens c.q. bescheiden zijn overgelegd en door de aanvrager wordt voldaan aan alle in deze beleidsregels beschreven bepalingen om voor een vergunning in aanmerking te komen;
De vergunning wordt aan aanvrager toegestuurd en gelijktijdig bekendgemaakt, ofwel door publicatie in een ‘Huis-aan-Huisblad’ dan wel door toezending aan belanghebbenden;
In beginsel wordt met de aanleg van de uitweg niet eerder begonnen dan nadat de vergunning onherroepelijk is geworden;
De vergunning voor een uitweg in een nieuwbouw(project)gebied waar eventuele omwonenden geen directe belangen hebben, wordt verleend middels toezending van een offerte om de uitweg door, namens of met toestemming van de gemeente aan te leggen.