Behalve op de in artikel 3 genoemde categorieën, past het bestuursorgaan de wet toe:
indien er aanleiding bestaat voor het vermoeden dat de beschikking, of bij de hierna genoemde situaties de overheidsopdracht c.q. aanbesteding of vastgoedtransactie, mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen, te weten bij:
artikel 2.1 eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (voor zover niet geregeld in artikel 3 eerste lid onder e en f van deze beleidsregels);
bijschrijven leidinggevende (artikel 30a van de Drank- en Horecawet);
evenementen (artikel 7 Wet Bibob joartikel 2:25 Algemene Plaatselijke Verordening Waterland 2010;
subsidies;
overheidsopdrachten:
aanbestedingen;
vastgoedtransacties, waarin de gemeente Waterland optreedt als civiele partij;
indien er sprake is van:
onduidelijkheid / twijfels met betrekking tot de integriteit van aanvrager of betrokkene;
onduidelijkheid / geen transparantie met betrekking tot de organisatorische structuur van de aanvrager of betrokkene;
onduidelijkheid / geen transparantie met betrekking tot de financiële structuur van de aanvrager of betrokkene;
onduidelijkheid / twijfels met betrekking tot het (actueel/historisch) zakelijk samenwerkingsverband dat de aanvrager of betrokkene is of heeft aangegaan;
voor het vaststellen van de hiervoor genoemde kwalificaties wordt gebruik gemaakt van de indicatorenlijst. Deze lijst is imperatief noch limitatief. De beslissing om tot een Bibob-toets over te gaan is altijd het resultaat van een integrale afweging.
de gevallen dat het Openbaar Ministerie op basis van artikel 11 j° 26 van de wet wijst op de wenselijkheid om een advies aan te vragen in relatie tot de hiervoor onder lid 1 genoemde categorieën.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4.
Bijzondere situaties
Onderdeel van BIBOB beleidsregels Gemeente Waterland 2017