**1..** Leden van de raad en van het college spreken vanaf hun plaats en richten zich tot de voorzitter.
**2..** De raad kan besluiten dat de leden van de raad en van het college spreken vanaf een spreekgestoelte.
**3..** Leden van de raad en van het college voeren het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.
**4..** De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord wordt gevraagd over de orde van de vergadering.
**5..** De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.
**6..** Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.
**7..** Een lis mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.
**8..** Het zevende lid is niet van toepassing op:
De rapporteur van een commissie;
Het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel.
**9..** Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
**10..** De voorzitter of een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 22
Spreken
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad