Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 22

Spreken

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad

1.. Leden van de raad en van het college spreken vanaf hun plaats en richten zich tot de voorzitter. 2.. De raad kan besluiten dat de leden van de raad en van het college spreken vanaf een spreekgestoelte. 3.. Leden van de raad en van het college voeren het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 4.. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord wordt gevraagd over de orde van de vergadering. 5.. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 6.. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 7.. Een lis mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 8.. Het zevende lid is niet van toepassing op: De rapporteur van een commissie; Het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel. 9.. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. 10.. De voorzitter of een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd.

Rechtspraak bij dit artikel