**1..** Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Amendementen worden ingediend bij de voorzitter. Na indiening leest de voorzitter het amendement voor en draagt de griffier zorg voor het verspreiden van het amendement onder de leden en bij de aanwezigen op de publieke tribune.
**2..** Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.
**3..** Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement), tenzij de raad anders besluit.
**4..** Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter – met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde – oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.
**5..** Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.
Hoofdstuk 4
Artikel 34
Amendementen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad