De belanghebbende die een aanvraag voor een bijstandsuitkering indient, overlegt een verklaring waaruit blijkt dat hij de Nederlandse taal in voldoende mate beheerst. Het betreft één van de volgende verklaringen:
a. Een eigen verklaring dat hij in de periode vanaf het 5e tot en met het 16e levensjaar gedurende ten minste acht jaren in Nederland woonplaats had (in de zin van de artikel 10 van boek I van het Burgerlijk Wetboek).
b. Een eigen verklaring dat hij over een diploma Inburgering beschikt als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a van de Wet Inburgering.
c. Een eigen verklaring dat hij over enig ander document beschikt, waaruit blijkt dat de belanghebbende de vaardigheden in de Nederlandse taal beheerst.
d. Aan het zittend bestand wordt na 1 juli 2016 schriftelijk verzocht binnen 2 weken één van de verklaringen genoemd in bovenstaand lid te overleggen.
Artikel 2
Beheersing van de Nederlandse taal
Onderdeel van Beleidsregels Wet Taaleis Inkomensondersteuning