Naar hoofdinhoud
1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd: voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning; voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een persoonsgebonden budget 2.. De bijdrage in de kosten overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 3.. De bijdrage inzake toekenning van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is met inachtneming van het bepaalde in artikel 2.1.5 van de wet verschuldigd door: de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 4.. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald: door een aanbesteding; door een convenant; na een consultatie in de markt, of in overleg met de aanbieder. 5.. De kostprijs van een persoonsgebonden budget is gelijk aan het verstrekte bedrag. 6.. De bedragen en percentages die gelden voor een bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening zijn gelijk aan de bedragen en percentages opgenomen in het uitvoeringsbesluit. 7.. Het college bepaalt in het Besluit: op welke wijze de kostprijs van een maatwerkvoorziening en een persoonsgebonden budget wordt bepaald; voor welke algemene voorzieningen de cliënt een bijdrage in de kosten is verschuldigd; wat per soort algemene voorziening de hoogte van de bijdrage in de kosten is; voor welke groep personen een korting geldt voor de eigen bijdrage in de kosten van de algemene voorziening; voor welke maatwerkvoorzieningen geen eigen bijdrage verschuldigd is; door welke andere instantie dan het CAK in de gevallen als bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid van de wet, de eigen bijdragen voor een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget worden vastgesteld en geïnd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel