**1..** Overeenkomstig deze verordening legt het college een maatregel op indien:
belanghebbende naar het oordeel van het college een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan, of
belanghebbende zich, naar het oordeel van het college, jegens de met de uitvoering van de wet, de IOAW of de IOAZ belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden zeer ernstig misdraagt, of
belanghebbende de arbeids- of re-integratieverplichtingen niet of onvoldoende nakomt, of
belanghebbende een opgedragen tegenprestatie niet of onvoldoende levert of
belanghebbende een opgelegde verplichting op grond van artikel 55 van de wet niet of onvoldoende nakomt.
**2..** Een maatregel wordt afgestemd op de omstandigheden van de belanghebbende en diens mogelijkheden om middelen te verwerven, indien, naar het oordeel van het college, dringende redenen daartoe noodzaken.
**3..** In het besluit tot het opleggen van een maatregel wordt in ieder geval vermeld:
de reden van de maatregel;
de duur en de ingangsdatum van de maatregel;
het bedrag of percentage waarmee de uitkering wordt verlaagd, en
indien van toepassing, de reden om af te wijken van de standaardmaatregel.
Hoofdstuk 1.
Artikel 2
- Het besluit tot opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelverordening Participatiewet IOAW en IOAZ Noordoostpolder 2018