Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 6.1

Persoonsgebonden budget woonvoorzieningen

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning maatwerkvoorzieningen gemeente Maasgouw 2016

1.. Het persoonsgebonden budget voor de verhuiskosten bedraagt € 1.820,00. 2.. Bij het bepalen van het persoonsgebonden budget voor een woningsanering wordt rekening gehouden met eventueel achterstallig onderhoud alsook met de ouderdom van de te vervangen roerende en onroerende zaken. Hier geldt de volgende afschrijvingsperiode: 100% indien het artikel niet ouder is dan twee jaar; 75% indien het artikel tussen de twee en vier jaar oud is; 50% indien het artikel tussen de vier en zes jaar oud is; 25% indien het artikel tussen de zes en acht jaar oud is; 0% indien het artikel ouder is dan 8 jaar. 3.. De kosten van onderhoud en keuring komen alleen voor vergoeding in aanmerking indien deze betrekking hebben op: stoelliften; rolstoel- of staplateauliften; woonhuisliften; hefplateauliften; balansliften; de mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte verstelbaar keukenblok, bad of wastafel; electro-mechanische openings- en sluitingsmechanismen van deuren; toiletten voorzien van een onderspoel- en föhninrichting. 4.. Het persoonsgebonden budget voor onderhoud is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten van de eenvoudige serviceoverkomst. Bij onderhoud van liften geldt een maximum van hierna genoemde bedragen: Onderhoud liften Frequentie Kosten excl. Btw norm 2017 Stoellift 1 x per jaar € 185,44 Rolstoel-plateaulift 1 x per jaar € 185,44 Staplateaulift 1 x per jaar € 185,44 Woonhuislift 2 x per jaar € 265,08 Hefplateaulift 2 x per jaar € 185,44 Balansliften 1 x per jaar € 185,44 Maximale toeslagen op bovengenoemde tarieven: 50% voor installaties geplaatst buiten de woning; 50% voor installaties die meer dan 1 verdieping overbruggen; 50% voor installaties, uitgevoerd met elektrisch aangedreven plateaus en/of afrijdbevei­liging resp. elektrisch wegklapbare raildelen. 5.. Het persoonsgebonden budget voor keuringen is gelijk aan de kosten zoals vermeld in de geaccepteerde offerte. 6.. Het persoonsgebonden budget in de kosten van reparatie is gelijk aan het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde kostenopstelling. 7.. Het persoonsgebonden budget voor het bezoekbaar maken van de woning bedraagt maximaal € 2.500,-- 8.. Indien de technische levensduur van de woonwagen of het woonschip, ten tijde van de indiening van de aanvraag, minder dan vijf jaar bedraagt of de standplaats van de woonwagen binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt of het woonschip niet tenminste nog vijf jaar op de ligplaats mag liggen, wordt er slechts een voorziening verleend tot een bedrag van € 2.000,-. 9.. Het persoonsgebonden budget voor een woonvoorziening, die niet valt onder een van de in de vorige leden genoemde woonvoorzieningen, wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde kostenopstelling of offerte (conform programma van eisen) of de tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college gehanteerde prijslijsten voor woningaanpassingen. Bij aanpassingen boven € 15.315,-- bestaat de verplichting om minimaal twee offertes te vragen. Indien wordt uitgegaan van één offerte, dan is de hoogte van het persoonsgebonden budget maximaal het bedrag dat zou gelden op grond van de standaard prijslijsten woningaanpassingen, voor zover de betreffende woonvoorziening voorkomt op deze standaard prijslijst.

Rechtspraak bij dit artikel