**1..** Een verlaging wordt toegepast op de uitkering en de bijzondere bijstand die is verleend met toepassing van artikel 12 van de Participatiewet over de kalendermaand(en) volgend op de maand waarin het besluit tot het opleggen van de verlaging aan een belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de op dat tijdstip voor die belanghebbende geldende bijstandsnorm.
**2..** Als de verlaging niet op grond van het eerste lid kan worden geëffectueerd, dan wordt de verlaging opgelegd met ingang van de eerstvolgende betaling van de uitkering nadat het besluit tot het opleggen van de verlaging is genomen.
**3..** Een verlaging kan met terugwerkende kracht worden toegepast op de uitkering over de periode waarop de gedraging betrekking heeft gehad of over de periode waarin de gedraging heeft plaatsgevonden als een verlaging overeenkomstig het eerste lid niet mogelijk is omdat de uitkering is beëindigd of ingetrokken.
**4..** Als een verlaging niet of niet geheel ten uitvoer kan worden gelegd als gevolg van de beëindiging of intrekking van de uitkering, kan de verlaging, of dat deel van de verlaging dat nog niet is uitgevoerd, alsnog worden opgelegd als belanghebbende binnen een jaar nadat de uitkering is ingetrokken of beëindigd opnieuw een uitkering ontvangt.
**5..** In afwijking van het eerste lid wordt de verlaging toegepast vanaf de ingangsdatum van de uitkering indien de gedraging wordt geconstateerd bij de beoordeling van een aanvraag.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.
Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Edam-Volendam 2017