Naar hoofdinhoud
1.. Indien de machtiging voor automatische incasso met betrekking tot de aanslagen genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel a tot en met e, is verleend of stilzwijgend verlengd voordat de aanslag is verzonden, dan wordt het termijnbedrag berekend in overeenstemming met de in artikel 7 genoemde incassotermijnen van de betrokken gemeente. In afwijking hiervan worden echter aanslagen op aanslagbiljetten met een totaalbedrag van € 10 of minder in één termijn geïncasseerd. 2.. Indien de machtiging als bedoeld in het eerste lid is ontvangen na oplegging van de aanslag, dan wordt het termijnbedrag berekend naar evenredigheid van het aantal incassotermijnen dat na verwerking van de machtiging nog overblijven. 3.. Indien een termijnbedrag niet kan worden geïncasseerd, wordt het termijnbedrag in meerdering gebracht op de nog resterende termijnbedragen. 4.. De incassant heeft het recht, indien de hoogte van de formele belastingschuld daartoe aanleiding geeft, om gedurende het heffingsjaar de hoogte van het termijnbedrag te wijzigen. De belastingschuldige wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. 5.. Indien er tijdens de incassoperiode naar aanleiding van een ingediend bezwaarschrift, verzoek om ontheffing, een ingediend kwijtscheldingsverzoek of ambtshalve vermindering, de belastingaanslag wordt verminderd, wordt het bedrag van de vermindering in mindering gebracht op de nog resterende termijnbedragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel