Deze verordening verstaat onder:
begraven : het in een graf of grafkelder op de begraafplaats begraven of herbegraven van een lijk of het bijzetten van een asbus;
opgraven : het uit een graf of grafkelder op de begraafplaats opgraven van een lijk of een asbus, anders dan wegens ruiming;
asbus : een bus ter berging van as van een overledene;
grafrecht : het uitsluitend recht om in een bepaald graf op de begraafplaats te doen begraven;
grafbedekking : behalve bloemen, kransen en dergelijke, elk op een graf op de begraafplaats aangebracht voorwerp en/of elke daarop aangebrachte beplanting, alsmede elk voorwerp, dat en/of elke plant of struik, welke bestemd is om op het graf op de begraafplaats te worden aangebracht;
rechthebbende : ieder, die een grafrecht heeft;
foetus : menselijke vrucht met een draagtijd van minder dan 24 weken;
grafgroen : dennentakken of ander groen, waarmee de rand van het graf tijdens een teraardebestelling is afgedekt.
Artikel 2.