Naar hoofdinhoud

Artikel 21b.

Tegemoetkoming meerkosten wonen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2018 gemeente Apeldoorn

1.. Er wordt slechts een tegemoetkoming in de meerkosten voor onderhoud, keuring of reparatie van woonvoorzieningen verstrekt indien: een woonvoorziening in het kader van de wet, Wet maatschappelijke ondersteuning, de Wet voorzieningen gehandicapten dan wel de Regeling Geldelijke Steun Huisvesting Gehandicapten of de Beschikking Geldelijke Steun Gehandicapten is verleend; de cliënt ten tijde van het onderhoud, de keuring of de reparatie de woning als hoofdverblijf bewoont; de cliënt zijn hoofdverblijf elders (WLZ of vanwege studie) heeft, maar de woning frequent bezoekt en de aanpassingen in het verleden door het college zijn verstrekt; Het bedrag voor onderhoud, keuring en reparatie wordt vastgesteld op het niveau van de door het college geaccepteerde kosten. 2.. Een tegemoetkoming in de kosten voor tijdelijke huisvesting omvat de werkelijke kosten gedurende maximaal 6 maanden en bedraagt voor de genoemde huisvesting een maximum bedrag per maand, zoals opgenomen in bijlage 1, als het een zelfstandige woning betreft en een lager maximum bedrag per maand als het een niet-zelfstandige woning betreft, zoals opgenomen in bijlage 1. 3.. De hoogte van een tegemoetkoming in de kosten voor huurderving is gelijk aan de bruto huur van de woonruimte en bedraagt een maximum bedrag per maand dat is opgenomen in bijlage 1 en wordt voor maximaal zes maanden verleend, echter niet voor de eerste maand. Dit geldt ingeval een woning voor een basisbedrag of meer is aangepast. Zie bijlage 1 voor het basisbedrag. Deze tegemoetkoming in de kosten wordt uitsluitend verleend indien de woning opnieuw verhuurd zal worden aan een belanghebbende met een beperking en wordt voor maximaal zes maanden verleend. De eerste maand is voor rekening van de verhuurder. 4.. Het college verstrekt slechts een tegemoetkoming in de kosten voor het verwijderen van woonvoorzieningen indien: de woning langer dan zes maanden leeg staat, tenzij bekend is dat binnen een periode van drie maanden na het verstrijken van de termijn van zes maanden een cliënt in aanmerking voor de woning zal komen; de woningaanpassingen zo specifiek zijn dat het door de aanwezigheid van de voorzieningen niet mogelijk is om de woning aan een niet-gehandicapte cliënt te verhuren; het een traplift betreft; de voorziening op verzoek van het college verwijderd wordt, zodat deze opnieuw ingezet kan worden. 5.. Een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten kan worden toegekend indien dit de goedkoopst compenserende voorziening is. Een tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in het eerste lid van dit artikel voor verhuis- en inrichtingskosten bedraagt een vast bedrag, zoals opgenomen in bijlage 1. Een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten wordt afgewezen indien: betrokkene voor het eerst verhuist naar een zelfstandige woonruimte; betrokkene verhuist naar een woning die niet geschikt is voor permanente bewoning; betrokkene niet is verhuisd naar de voor hem op dat moment meest geschikte en beschikbare woning; de verhuizing niet bijdraagt aan het opheffen of verminderen van de beperkingen; betrokkene verhuist naar een WLZ-instelling; betrokkene verhuist vanuit een geschikte woning; de kosten voor het aanpassen van de woning zijn lager dan de tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten; de kosten voor verhuizing en herinrichting voor de cliënt als algemeen gebruikelijk worden beschouwd. 6.. Er kan een tegemoetkoming in de meerkosten voor het vroegtijdig vervangen van vloer- en raambedekking en een bankstel worden verstrekt. Vloer- en raambedekking en een bankstel worden beschouwd als algemeen gebruikelijke voorzieningen die over een periode van acht jaar worden afgeschreven. De tegemoetkoming in de kosten wordt berekend over dat deel van de voorziening dat op moment van vervanging nog niet is afgeschreven, zijnde: minder dan twee jaar 100% van het normbedrag; twee tot vier jaar 75% van het normbedrag; vier tot zes jaar 50% van het normbedrag; zes tot acht jaar 25% van het normbedrag. Voor vloer- en raambedekking en een bankstel ouder dan acht jaar wordt geen tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in het eerste lid van dit artikel verstrekt. Er wordt geen tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in het eerste lid van dit artikel verstrekt wanneer de kosten gemaakt dienen te worden ten gevolge van een verhuizing. De hoogte van een tegemoetkoming in de kosten ter vervanging van vloer- en raambedekking wordt berekend aan de hand van de benodigde oppervlakte, de richtprijs voor vinyl van het Nibud en wat reeds is afgeschreven. De hoogte van een tegemoetkoming in de kosten ter vervanging van een bankstel wordt berekend aan de hand van de richtprijs van het Nibud en wat reeds is afgeschreven. 7.. Keukens en badkamers worden over een periode van 20 jaar afgeschreven. Een tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, wordt berekend over dat deel van de voorziening dat op moment van vervanging nog niet is afgeschreven. Voor keukens en badkamers ouder dan 20 jaar wordt geen tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in het eerste lid van dit artikel verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel