1) Verstrekking van een toegekende individuele voorziening, zoals bedoeld in artikel 17 van de Verordening voorzieningen wet maatschappelijke ondersteuning 2011, in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager.
2) Het persoonsgebonden budget is inclusief onderhoud en reparatie zoals dat door het college aan de leverancier wordt betaald bij de verstrekking van een voorziening in natura.
3) Verstrekking van het persoonsgebonden budget, zoals bedoeld in artikel 17 van de Verordening voorzieningen wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Voerendaal 2011, vindt niet plaats indien:
a) op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstig vermoeden bestaat dat de belanghebbende problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget;
b) op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstig vermoeden bestaat dat de belanghebbende niet kan voldoen aan lopende financiële verplichtingen;
c) op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstig vermoeden bestaat dat de verstrekking van het persoonsgebonden budget niet bijdraagt aan het leveren van een compenserende voorziening.
d) is gebleken dat de budgethouder in het verleden met het persoonsgebonden budget heeft gefraudeerd.
4) De verstrekking van een persoonsgebonden budget in het kader van hulp bij het huishouden wordt na toekenning eenmaal per 4 weken bij vooruitbetaling uitgekeerd.
5) In alle gevallen vindt de verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college plaats binnen zes maanden na afloop van elk kalenderjaar waarop het persoonsgebonden budget van toepassing is. De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt plaats door verstrekking, voor zover van toepassing, van:
a) de nota/factuur van de aangeschafte voorziening en;
b) een betalingsbewijs van de aangeschafte voorziening en;
c) een overzicht van de salarisadministratie;
d) arbeidsovereenkomst in geval van hulp bij huishouden.
6) Het persoonsgebonden budget ten behoeve van hulp bij het huishouden kent een vrij besteedbaar bedrag, waarover geen verantwoording verschuldigd is. Dit bedraagt € 250,00 op jaarbasis.
7) Het persoonsgebonden budget ten behoeve van een plusindicatie voor hulp bij het huishouden dient ingezet te worden voor levering van zorg door een zorgaanbieder of door een hiervoor gekwalificeerd persoon (minimaal MBO niveau 3). Indien dit door de aanvrager niet kan worden aangetoond, wordt de plusindicatie voor hulp bij het huishouden alleen in natura verstrekt.
8) Een toegekende verstrekking van het persoonsgebonden budget kan achteraf worden teruggevorderd of ingetrokken bij gebleken misbruik of onverantwoord gebruik van het toegekende persoonsgebonden budget.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 2.
Persoonsgebonden budget
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Voerendaal 2014