Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5.

Artikel 9.

Eigen bijdragen en hoogte financiële tegemoetkomingen in de kosten van vervoersvoorzieningen

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Voerendaal 2014

1) Indien het CVV (artikel 15 lid 3 van de Verordening voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning 2011) geen adequate voorziening is, kan desgevraagd een financiële tegemoetkoming in de kosten van een autoaanpassing van de eigen auto, in plaats van het tegen gereduceerde tarief (blauwe strippenkaarttarief) gebruik van het CVV, verstrekt worden. Deze financiële tegemoetkoming wordt ten hoogste éénmaal per vijf jaar verstrekt. De hoogte van de vergoeding bedraagt één van de hieronder genoemde opties per 5 jaar. Met de toepassing van dit artikel komen verdere aanspraken op basis van artikel 15 lid 3 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Voerendaal 2011 gedurende een periode van 5 jaren te vervallen. Het forfaitair bedrag dat eenmaal per 5 jaar verstrekt wordt voor het vervoer van een persoon die als gevolg van ziekte of gebrek geen gebruik kan maken van collectieve vervoerssysteem bedraagt: voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van personenvervoer € 2.485,00 voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een rolstoelvervoer € 3.725,00 voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een eigen auto € 1.412,50 Een persoon aan wie vóór 1 januari 2011 een persoonsgebonden budget zoals bedoeld in artikel 27 onder c van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Voerendaal 2009 verstrekt is, is geen verantwoording van dit bedrag aan de gemeente verschuldigd. Dit reeds vóór 1 januari 2011 toegekende bedrag wordt met ingang van 1 januari 2011 gefixeerd en niet meer geïndexeerd en wordt beëindigd in geval van overlijden, of wanneer een nieuwe beschikking afgegeven wordt of als de auto niet meer op naam van de aanvrager of diens wettelijke partner of ander inwonend gezinslid staat. 2) Indien aan een persoon een combinatie van vervoersvoorzieningen zoals bedoeld in artikel 15 lid 2 en lid 3 van de Verordening voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning 2011 is verstrekt (b.v. een scootermobiel en een Pgb), dan bedraagt de hoogte van de financiële vergoeding of het Pgb maximaal 75% van de hoogte zoals genoemd in dit besluit. 3) Voor zover de behoeften van echtgenoten niet samenvallen, wordt bij een persoonsgebonden budget voor een vervoersvoorziening zoals bedoeld onder artikel 15 lid 3 van de Verordening voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning 2011, niet meer dan anderhalf maal een enkele vergoeding toegekend als gebruik wordt gemaakt van de voorzieningen zoals genoemd in dit besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel