1 Deze verordening verstaat onder:
a schip: Elk vaartuig met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als middel van vervoer te water.
b schipper: Degene die een schip of een samenstel voert dan wel degene die de leiding heeft over een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting.
c recreatieschip: Een schip dat bestemd is voor het vervoer van personen, niet zijnde bedrijfsvervoer en niet tegen betaling.
d drijvende inrichting: Een drijvend bouwsel, dat vanwege zijn bestemming in de regel niet wordt verplaatst.
e drijvend voorwerp: Een bouwsel dat geschikt is gemaakt om te water te worden verplaatst en dat geen schip of drijvende inrichting is.
f ambtenaren van het havenbeheer: De havenmeester, zijn plaatsvervanger en andere ambtenaren, die daartoe door Burgemeester en Wethouders als zodanig zijn aangewezen.
g laden en lossen: Het verwerken in en uit het schip van stoffen, goederen of voorwerpen al dan niet tegen vrachtbetaling.
h havenverkeer: Alle verkeer, noodzakelijk voor de aan- en afvoer van goederen, de in- of ontscheping van personen en door deze meegevoerde bagage, alsmede elk ander verkeer, dat zich in verband met het verrichten van werkzaamheden of het verlenen van diensten op het haventerrein moet bevinden.
i gevaarlijke stoffen: Onder gevaarlijke stoffen worden verstaan de in artikel 1, sub c van het VGB genoemde stoffen; bij het vervoer van of naar zee worden onder gevaarlijke stoffen begrepen de stoffen welke ingevolge het bepaalde in of krachtens de DMO-IMDG Code, het schepenbesluit 1975 (Staatsblad 367) de Bulk Chemical Code en/of Gas Carrier Code voorwaardelijk tot het vervoer zijn toegelaten.
j zondagen: Zondagen, alsmede de eerste en tweede kerstdag, de tweede paas- en pinksterdag, de Goede Vrijdag, de Hemelvaartsdag, feestdagen.
2 Daar waar in deze verordening van schip wordt gesproken worden tevens bedoeld recreatieschip en drijvende inrichting/voorwerp, tenzij uit het betreffende artikel het tegendeel blijkt.
3 Toepasselijkheid: Deze verordening is van toepassing op de havens en andere bevaarbare wateren, alsmede de daarbij behorende werken als kaden, kadeterreinen, opslagterreinen en -ruimten, steigers en andere kunstwerken en inrichtingen, gelegen in het gebied dat is aangeduid op de bij deze verordening behorende situatietekening.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen en toepasselijkheid
Onderdeel van Havenverordening voor de gemeente Enschede