1 Het is de schipper van een vaartuig verboden dit te besturen of te doen besturen, terwijl hij verkeert onder zodanige invloed van een stof, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet weten dat het gebruik daarvan
-al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de vaardigheid in het besturen kan verminderen in die mate dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moet worden geacht.
2 Een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering en de daartoe door het gemeentebestuur aangewezen ambtenaar van het havenbeheer kan bij ernstige verdenking dat degene die op een scheepvaartweg een varend schip voert of stuurt, verkeert in een toestand als bedoeld in het vorige lid, aan die persoon een verbod opleggen op de scheepvaartweg een varend schip te voeren of te sturen voor de tijd gedurende welke hij verwacht dat deze toestand zal voortduren tot ten hoogste acht uren.
3 Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op degene die aanstalten maakt een schip dat op de scheepvaartweg voor vertrek gereed ligt, te voeren of te sturen, met dien verstande dat in dat geval worden opgelegd.
Hoofdstuk 2
Artikel 7
Het besturen van vaartuigen onder invloed van alcoholhoudende drank en/of andere stoffen
Onderdeel van Havenverordening voor de gemeente Enschede