Bij het beoordelen van aanspraken wordt gekeken naar:
Is de inwoner ingezetene van de gemeente?
Behoort de inwoner tot de doelgroep van de Wmo? (zie de artikelen 1.2.1 en 1.2.2 van de wet)
Daarvan is sprake wanneer de inwoner:
- Ondersteuning vraagt bij zelfredzaamheid en participatie, waarbij hij ingezetene is van de gemeente en een beperking, chronisch psychische of psychosociale problemen heeft;
- Beschermd wonen vraagt bij de gemeente tot wie hij zich wendt, waarbij hij ingezetene van Nederland is en zich door psychische of psychosociale problemen niet zelfstandig kan handhaven in de samenleving;
- Opvang vraagt bij de gemeente tot wie hij zich wendt, waarbij hij ingezetene is van Nederland en hij de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet wegens huiselijk geweld en niet op eigen kracht in staat is zich te handhaven in de samenleving.
- Een vreemdeling komt slechts in aanmerking voor een voorziening wanneer hij rechtmatig verblijft in Nederland.
- Een EU-onderdaan die nog geen duurzaam verblijfsrecht heeft, heeft geen recht op opvang, tenzij er sprake is van huiselijk geweld waardoor de thuissituatie is verlaten.
Zijn er andere mogelijkheden, zoals de eigen kracht, mantelzorger(s) of iemand uit het sociaal netwerk?
Is sprake van gebruikelijke hulp?
Zijn er - deels - voorliggende voorzieningen beschikbaar?
Zijn er - deels - algemeen gebruikelijke voorzieningen beschikbaar?
Zijn er - deels - algemene voorzieningen beschikbaar
Zijn de noodzakelijke voorzieningen financieel draagbaar voor de inwoner?
HOOFDSTUK 2.
Artikel 2.1
ALGEMEEN BEOORDELINGSKADER
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Dronten 2017