Hoewel van iedereen mag worden verwacht tijdig te anticiperen op ondersteuningsvragen die te voorzien zijn, bijvoorbeeld door rekening te houden met zijn of haar beperkingen in keuzes die worden gemaakt, staat dit niet in de weg aan het toekennen van een maatwerkvoorziening. Zo zal degene die weet dat traplopen, wat al lastig is, binnen afzienbare tijd onmogelijk gaat worden, toch aanspraak kunnen maken op de Wmo. Voorzienbaarheid gaat in de jurisprudentie alleen over het feit wanneer verhuisd wordt naar een woning die niet adequaat is of te voorzien is dat deze op termijn niet meer adequaat is.
Indien er een voorziening in de woning is aangebracht, zoals een douchescherm of een bad, en het was op dat moment te voorzien dat deze voorziening in de toekomst niet meer adequaat zou zijn bestaat geen aanspraak op compensatie in het kader van de wet. Voorzienbaarheid moet goed onderzocht en in kaart gebracht worden. Voorzienbaarheid is moeilijk vast te stellen. Van belang is wanneer en wat de inwoner had kunnen weten. Als een inwoner een aantal jaar geleden een bad heeft laten plaatsen en in de jaren daarna gezondheidsklachten heeft ontwikkeld, kan gesteld worden dat de problemen niet te voorzien waren. Echter is het wel mogelijk dat op het moment dat de gezondheidsklachten ontstonden, inwoner al had kunnen voorzien dat er problemen met de woning zouden gaan ontstaan.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 2.2.3
VERMIJDBAARHEID EN VOORZIENBAARHEID
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Dronten 2017