Bij de verstrekking van vervoersvoorzieningen kan onderscheid gemaakt worden tussen twee vormen:
vervoersvoorziening in natura
Collectief vervoer wordt in natura verstrekt.Voor het collectief vervoer (regiotaxi) betaalt een Wmo-reiziger voor een rit een opstaptarief van € 0,75 en € 0,20 voor iedere kilometer. Overige vervoersvoorzieningen in natura, zoals een rolstoel of een scootermobiel worden door de gemeente betaald aan de leverancier.
Vervoersvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget Een persoonsgebonden budget is alleen mogelijk als alternatief wanneer het collectief vervoer geen adequate oplossing is.
Er is, in tegenstelling tot andere voorzieningen, geen keuzevrijheid voor het kiezen voor een pgb wanneer iemand gebruik kan maken van het collectief vervoer. Hieraan ligt ten grondslag dat het collectief vervoer een algemene voorziening is en mensen met een Wmo-indicatie een korting voor het gebruik krijgen. Deze korting is niet om te zetten in een pgb.
Het persoonsgebonden budget voor de kosten van het gebruik van de taxi, rolstoeltaxi of eigen auto wordt op declaratiebasis verstrekt. De hoogte is een afgeleide van het tarief voor collectief vervoer. De inwoner dient een pgb-uitvoeringsplan te overleggen.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 4.3.4
VORM VAN DE VOORZIENING
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Dronten 2017