Om in aanmerking te komen moet zijn vastgesteld dat de inwoner matige tot zware beperkingen heeft op één of meer van de volgende vier terreinen:
sociale redzaamheid;
probleemgedrag;
psychisch functioneren;
oriëntatiestoornissen.
Sociale redzaamheid
Bij sociale redzaamheid gaat het om de volgende aspecten:
begrijpen wat anderen zeggen
een gesprek voeren
zich begrijpelijk maken
initiëren en uitvoeren van eenvoudige taken
kunnen lezen, schrijven en rekenen
communicatiehulpmiddel gebruiken
dagelijkse bezigheden
problemen oplossen en besluiten nemen
dagelijkse routine regelen
zelf geld beheren
initiëren en uitvoeren van complexere taken
zelf administratieve zaken bijhouden
Probleemgedrag
Bij gedragsproblemen gaat het om de volgende aspecten:
destructief gedrag (gericht op zichzelf en/of de ander, zowel letterlijk als figuurlijk)
dwangmatig gedrag
lichamelijk agressief gedrag
manipulatief gedrag
verbaal agressief gedrag
zelfverwondend of zelfbeschadigend gedrag
grensoverschrijdend seksueel gedrag
Psychisch functioneren
Bij psychisch functioneren gaat het om de volgende aspecten:
concentratie
geheugen en denken
perceptie van omgeving
Oriëntatiestoornissen
Bij oriëntatiestoornissen gaat het om de volgende aspecten:
oriëntatie in persoon
oriëntatie in ruimte
oriëntatie in tijd
oriëntatie naar plaats
HOOFDSTUK 5.
Artikel 5.2
CRITERIA
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Dronten 2017