Persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden
De gemeente formuleert het concrete resultaat dat met hulp bij het huishouden moet worden bereikt én neemt dat resultaat op in de beschikking. Bij het bepalen van de omvang van de hulp wordt eveneens het normenkader hulp bij het huishouden gehanteerd.
De inwoner stelt een pgb-uitvoeringsplan op waarin is beschreven op welke wijze het betreffende resultaat wordt bereikt.
Persoonsgebonden budget beschermd wonen
Een pgb voor beschermd wonen in de thuissituatie is mogelijk indien:
ter beoordeling van een van gemeentewege aangewezen psychiater beschermd wonen voor een inwoner in een instelling gecontraïndiceerd is;
beschermd wonen in een thuissituatie meer passend is dan in een instelling;
de veiligheid in de thuissituatie gewaarborgd is;
adequate zorgverlening in de thuissituatie gewaarborgd is. Hieronder wordt in ieder geval verstaan de 24-uurs beschikbaarheid van een ter zake deskundig behandelaar;
24-uurs toezicht gewaarborgd is;
inwoner het pgb mede inzet voor de inkoop van voldoende formele dagbesteding.
Een pgb voor beschermd wonen in een kleinschalige woonvorm is mogelijk indien:
De kleinschalige woonvorm voldoet aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in de subsidieregeling beschermd wonen gemeente Almere.
Een kleinschalige woonvorm bestaat uit minimaal 3 en maximaal 26 cliënten waarbij:
wordt verbleven op één BRP-adres, aaneengesloten BRP-adressen of BRP-adressen in elkaars directe nabijheid (binnen een straal van 100 meter) en;
waarbij er gemeenschappelijke ruimten aanwezig zijn waar de bewoners hun huishouding (gedeeltelijk) gezamenlijk voeren.
Situaties van verblijf bij ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s) zijn uitgesloten van de definitie kleinschalige woonvorm.
De inwoner stelt een pgb-uitvoeringsplan op waarin is beschreven op welke wijze het betreffende resultaat wordt bereikt.
Persoonsgebonden budget hulpmiddelen/zaken
Als de inwoner een pgb wenst voor een verplaatsingsmiddel, geldt dat de inwoner een aantal jaar met het pgb moet doen. Bij de vaststelling van de hoogte van het pgb wordt rekening gehouden met een component voor aanschaf, onderhoud en reparatie. De offerte(s) die de inwoner moet aanleveren, dienen deze componenten te bevatten. De offerte wordt afgezet tegen de prijs die de gemeente in die zes jaar aan de leverancier zou betalen. Deze huurprijs is het uitgangspunt.
Bij een sportvoorziening geldt een minimale afschrijvingstermijn van drie jaar, bij autoaanpassingen een minimale afschrijvingstermijn van 5 jaar en bij andere verplaatsingsmiddelen geldt een termijn van 6 jaar. Bij een nieuwe aanvraag wordt de staat van het middel beoordeeld. Een en ander betekent dus niet dat automatisch na drie jaar een nieuwe sportrolstoel wordt verstrekt.
Persoonsgebonden budget woningaanpassingen
Het college verleent slechts een pgb voor woningaanpassingen indien:
niet al een begin met de werkzaamheden waarop het persoonsgebonden budget betrekking heeft is gemaakt zonder toestemming van het college;
door het college aangewezen personen toegang is verstrekt tot de woonruimte waar de woningaanpassing wordt verricht;
aan de onder b. genoemde personen inzicht wordt geboden in bescheiden en tekeningen, welke betrekking hebben op de woningaanpassing;
de onder b. genoemde personen de gelegenheid wordt geboden tot het controleren van de woningaanpassing.
Het college zal de eigenaar-bewoner aan wie het Pgb ten behoeve van een woonvoorziening is verstrekt die leidt tot waardestijging van de woning, verplichten om 85% van het Pgb terug te betalen, indien de aangepaste woning binnen 1 jaar na aanpassing wordt verkocht. Binnen 2 jaar na aanpassing dient 70% te worden terugbetaald, binnen 3 jaar 55%, binnen 4 jaar 40%, binnen 5 jaar 25% en binnen 6 jaar 10% van het Pgb.
Persoonsgebonden budget na overlijden budgethouder
In het geval van overlijden van de inwoner wordt het Pgb voor begeleiding en een schoon en leefbaar huis beëindigd op de eerste dag van de 4-wekelijkse periode, volgend op de 4-wekelijkse periode waarin de inwoner is overleden.
In geval van overlijden van de inwoner, kan het Pgb voor hulpmiddelen/zaken teruggevorderd worden tot een bedrag gelijk aan de marktwaarde van de voorziening op het moment van overlijden van de budgethouder.
Met ingang van de dag waarop de budgethouder dan wel de ontvanger van een financiële tegemoetkoming langer dan twee maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet.
Met ingang van de dag vanaf welke de ontvanger van de voorziening heeft aangegeven geen prijs meer te stellen op de maatwerkvoorziening in natura of persoonsgebonden budget, of de financiële tegemoetkoming.
HOOFDSTUK 6.
Artikel 6.3
SPECIFIEKE CRITERIA
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Dronten 2017