Naar hoofdinhoud
1.. De burgemeester kan in het belang van: de openbare orde; het voorkomen of beperken van overlast; het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- of leefklimaat; de veiligheid van personen of goederen; de gezondheid of de zedelijkheid; aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in door de burgemeester aangegeven delen van de gemeente op te houden. 2.. De burgemeester gaat niet over tot aanwijzing van gebieden waarvan een gebiedsontzegging kan gelden, of tot omschrijving van overtredingen die tot een gebiedsontzegging kunnen leiden, dan na overleg met de Officier van Justitie, bedoeld in artikel 13 van de Politiewet 2012. 3.. In het geval van overtreding van het eerste lid kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in lid 1 is gegeven en die opnieuw een of meer van de genoemde overtredingen begaat, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 12 weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 4.. Een bevel krachtens het derde lid kan slechts worden gegeven als de overtreding binnen 6 maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste lid of derde lid plaatsvindt. 5.. De burgemeester beperkt de in het eerste en derde lid gestelde bevelen als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkende noodzakelijk oordeelt. 6. . In zwaarwegende omstandigheden kan de burgemeester op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel