**i..** De uitoefening van de navolgende bevoegdheden die het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester bij of krachtens wettelijk voorschrift of delegatie toekomen, wordt opgedragen aan de algemeen directeur - voor zover het betreft de aan ODRA opgedragen taken.
Algemeen
i.
Het verrichten van feitelijke handelingen ter voorbereiding en uitvoering van aan de ODRA opgedragen taken.
2.
Het verstrekken van bevestiqinqen en bewijzen van ontvançist.
3.
Het doorzenden van geschriften als bedoeld in artikel 2:3 van de Algemene wet bestuursrecht.
4.
Het doen van openbare bekendmakingen en het doen van kennisgevingen en mededelingen van voorgenomen en genomen beslissingen en van voorgenomen en verrichte andere handelingen.
5.
Het aanwijzen van een contactpersoon, die zorgdraagt voor het registreren van medewerkers, die elektronische (officiële) bekendmakingen bij de Staatscourant en andere media aanleveren.
6.
Het nemen van besluiten inzake het vernietigen, het uitlenen, het geven van inzage en het overdragen van archiefbescheiden als bedoeld in de Archiefwet.
Bestuursrechtelijke rechtshandelingen
1.
Het inwinnen van advies als bedoeld in afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
2.
Het besluiten tot het toepassen van en het uitvoeren van de uniforme openbare voorbereidinqsprocedure als bedoeld in afdelinq 3.4 van de Alqemene wet bestuursrecht.
3.
Het horen van een aanvrager en belanghebbenden als bedoeld in afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht (De voorbereiding)
4.
.De uitoefening van bevoegdheden als bestuursorgaan bij of krachtens afdeling 4.1.3 van de
Algemene wet bestuursrecht (Beslistermijn)
5.
Het vaststellen van formulieren als bedoeld in artikel 4:4 van de Algemene wet bestuursrecht voor het indienen van aanvraqen en het verstrekken van qeqevens.
6.
Het nemen van beslissingen omtrent het niet behandelen van aanvragen als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.
7.
Het opleggen en intrekken van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom, alsmede het uitoefenen van de overige bevoegdheden op grond van Titel 5.3 (Herstelsancties) en van de bevoeqdheden op grond van Titel 5.4 (Bestuurlijke boete) van de Algemene wet bestuursrecht.
Omgevingsvergunningen en handhaving
Ruimtelijke ordening
1
Het uitoefenen van de aan het college toegekende bevoegdheden bij of krachtens de Wet
ruimtelijke ordening, met uitzondering van artikel 6.1 t/m 6.4 en 6.5 t/m 6.16 van deze wet.
2
Het uitoefenen van bevoegdheden toegekend bij of krachtens de leefmilieuverordening als bedoeld in de Wet op de dorps- en stadsvernieuwinq.
Bouwen en wonen
1
Het uitoefenen van de bevoegdheden gesteld bij of krachtens de Bouwverordening qemeente Arnhem.
2
Het uitoefenen van de bevoegdheden bij of krachtens het Bouwbesluit.
3
a. het nemen van besluiten op grond van hoofdstuk 3 van de Huisvestingsverordening gemeente Arnhem 2016;
b.het nemen van besluiten op grond van artikel 21 van de Huisvestingsverordening gemeente Arnhem 2016, voor zover het betreft het opleggen van een bestuurlijke boete voor overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 en voor het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 24 van de Huisvestingswet 2014.
4
Het nemen van besluiten inzake huur en verhuur van leegstaande woningen en gebouwen op grond van hoofdstuk V van de Leegstandwet.
5
Het nemen van besluiten inzake de vordering en toewijzing van woonruimte op grond van
hoofdstuk IV van de Huisvestingswet.
6
Medewerkers die bevoegd zijn tot het opmaken van processen verbaal van constatering,
zoals bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, aan te wijzen
7
Medewerkers die bevoegd zijn tot het opmaken van schriftelijke verklaringen, strekkende
tot het signaleren van een wijziging in de feitelijke situatie die van invloed is op een of meer in de gebouwenregistratie opgenomen gegevens en die niet voortvloeit uit een krachtens
de Wet basisregistraties adressen en gebouwen aangewezen brondocument, aan te
wijzen
8
Het nemen van besluiten op grond van de Verordening naamgeving en nummering, met uitzonderinçi van de bevoeçidheid als bedoeld in artikel 2 van deze verordeninçi.
9
Het uitoefenen van de bevoegdheden bij of krachtens de hoofdstukken 111 en IV van de Woningwet en de daarmee samenhangende toepassingen van artikel 15 tot en met 19a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening zoals deze gold voor de inwerkingtreding van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening op 1 juli 2008, waaronder het aanvragen van verklaringen
van geen bezwaar.
10
Het uitvoering geven aan de meldingsplicht als bedoeld in artikel 5.9.3 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor gemeente Arnhem.
Wabo
1
Het uitoefenen van bevoegdheden toegekend bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Monumentenzorg
1
Het beslissen op aanvragen om wijzigingsvergunningen op grond van de Monumentenwet en de çiemeentelijke Erfçioedverordeninq.
Milieu
1
Het uitoefenen van de bevoegdheden als bevoegd gezag bij of krachtens de Wet milieubeheer en de Wet çieluidhinder
2
Het uitoefenen van de bevoegdheden als bevoegd gezag bij of krachtens het Vuurwerkbesluit.
3
Het uitoefenen van de bevoegdheden als bevoegd gezag bij of krachtens het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit).
4
Het uitoefenen van de bevoegdheden als bevoegd gezag bij of krachtens het Besluit lozen
buiten inrichtingen.
5
Het uitoefenen van de bevoegdheden als bevoegd gezag bij of krachtens het Besluit geluidhinder
6
Het uitoefenen van de handhavende bevoegdheden bij of krachtens de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit
**2..** De functionaris als bedoeld in het eerste lid van dit artikel kan de aan hem gemandateerde bevoegdheden opdragen aan de door hem aan te wijzen en onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen. Hij kan de betreffende personen daartoe instructies geven.
Artikel 2
Algemeen mandaat aan de algemeen directeur.
Onderdeel van Mandaatbesluit gemeente Arnhem ODRA - 2013