Na de aanduiding HOOFDSTUK 3 WIJZIGING VAN DE WONINGVOORRAAD wordt het woord “(gereserveerd)” vervangen door de volgende artikelen:
AFDELING I ONTTREKKING
Paragraaf 1 Werkingsgebied
Artikel 3.1.1. Werkingsgebied
Het bepaalde in deze afdeling is van toepassing op alle woonruimten als bedoeld in artikel 1, onder zz, behorend tot een gebouw als bedoeld in artikel 1, onder l.
In afwijking van het eerste lid is het bepaalde in deze afdeling niet van toepassing op woonruimte behorend tot een complex genoemd in bijlage 3 bij deze verordening.
Artikel 3.1.2. Reikwijdte vergunningplicht
Het is verboden om woonruimte aangewezen in artikel 3.1.1 zonder vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet aan de bestemming tot bewoning te onttrekken, anders dan het door de eigenaar gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning onttrekken ten behoeve van het gebruik als kantoor of praktijkruimte, mits en zolang de bestemming tot bewoning overheersend blijft.
Onder de eigenaar als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan de eigenaar in de zin van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek of degene die lid is van een coöperatieve flatexploitatievereniging en die woning als hoofdverblijf houdt.
Voor het gedeeltelijk onttrekken aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van een bed & breakfast is geen vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet noodzakelijk mits en zolang:
de hoofdbewoner de woning als hoofdverblijf heeft en deze bewoner ook als zodanig in de basisadministratie staat ingeschreven;
de bestemming tot bewoning overheersend blijft;
aan niet meer dan vier personen per nacht onderdak wordt verleend; en
de hoofdbewoner zich voor het gebruik ten behoeve van een bed & breakfast start, schriftelijk heeft gemeld bij burgemeester en wethouders.
Het gebruik van woonruimte als studentenwoning is alleen toegestaan bij complexen zoals omschreven in bijlagen1 en 3 en hiervoor is geen vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet noodzakelijk, mits en zolang er sprake is van een studentenwoning als bedoeld in artikel 1 onder mm.
Het gebruik van woonruimte ten behoeve van short stay is alleen toegestaan bij complexen zoals aangeduid in bijlage 1 en hiervoor is geen vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet noodzakelijk, mits en zolang er sprake is van gebruik ten behoeve van short stay als bedoeld in artikel 1 onder jj.
De uitzonderingen op de vergunningplicht, zoals genoemd in de vorige leden, zijn niet van toepassing op de situatie waarbij door de eigenaar of een derde is gehandeld met de kennelijke strekking afbreuk te doen aan de werking van de regels die bij of krachtens de wet zijn gesteld.
Paragraaf 2 Procedure aanvraag onttrekkingsvergunning
Artikel 3.2.1. Aanvraag vergunning
De aanvraag wordt ingediend door de eigenaar op de door burgemeester en wethouders aangegeven wijze.
De aanvraag mag meer dan één gebouw betreffen indien zij betrekking heeft op met elkaar samenhangende en aangrenzende gebouwen en indien een gezamenlijke beoordeling van de aanvraag zich hier niet tegen verzet.
Artikel 3.2.2 Op te nemen gegevens
Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt:
naam en adres van de eigenaar;
de straat, het huisnummer en de kadastrale ligging van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft;
de aard en het huidige gebruik van de woonruimte(n) waarop de aanvraag betrekking heeft;
de namen en de adressen van de bewoners van de woonruimte(n) waarop de aanvraag betrekking heeft;
de koopprijs dan wel de feitelijk betaalde en de maximaal redelijke huurprijs van de woonruimte(n) waarop de aanvraag betrekking heeft;
de motivering van het verzoek.
Artikel 3.2.3. In te dienen bescheiden
Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden overgelegd:
één of meer tekeningen van de plattegrond op schaal van iedere verdieping van het gebouw, alsmede van de verdieping of verdiepingen waarop de aanvraag betrekking heeft, met een aanduiding van de beoogde bestemming;
een situatietekening, gebaseerd op door of namens burgemeester en wethouders aangegeven kaartmateriaal waaruit blijkt de situering van het gebouw ten opzichte van de in de nabijheid gelegen bouwwerken;
een compensatievoorstel als bedoeld in artikel 3.3.2, eerste lid;
de laatste WOZ-waardebeschikking.
Artikel 3.2.4. Beslistermijn
Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.
Burgemeester en wethouders kunnen deze termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen.
Bij een aanvraag van een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 3.2.5. Samenloop onttrekking en bouwen
Indien voor het gebouw of de gebouwgedeelten waarop de aanvraag betrekking heeft, tevens een omgevingsvergunning is aangevraagd, kan bij de aanvraag voor overeenkomstige gegevens en bescheiden worden verwezen naar de coördinatiebepaling voor vergunningaanvragen uit de gemeentelijke bouwverordening voor zover die is opgenomen.
In de situatie als bedoeld in het eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders de beslissing over een aanvraag voor de onttrekkingsvergunning aanhouden.
De aanhouding eindigt uiterlijk twee weken na de beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning.
Artikel 3.2.6. Beschikkingsvereisten
De onttrekkingsvergunning bevat tenminste de volgende gegevens:
de woonruimte(n) waarop de beschikking betrekking heeft, aangeduid met de straat, het huisnummer of de kadastrale ligging, waarbij voor het overige kan worden verwezen naar de bijgevoegde bescheiden als bedoeld in artikel 3.2.3;
de geboden reële compensatie als bedoeld in artikel 3.3.2, eerste lid; en
de mededeling dat binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden van de vergunning moet worden gebruikgemaakt dan wel van de termijn in geval van een tijdelijke vergunning.
Paragraaf 3 Vergunningverlening
Artikel 3.3.1. Criteria voor vergunningverlening
Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat het belang dat met de onttrekking, samenvoeging of omzetting is gediend even groot is als of groter is dan het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad, wordt de vergunning verleend.
Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende belang, maar dat dit belang door het stellen van voorwaarden en voorschriften voldoende kan worden gediend, wordt de vergunning verleend onder voorwaarde van het bepaalde in artikel 3.3.2, eerste lid.
Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende belang en dit belang niet door het stellen van voorwaarden en voorschriften voldoende kan worden gediend, wordt de vergunning geweigerd.
Artikel 3.3.2. Reële compensatie
Burgemeester en wethouders kunnen het toevoegen van een of meer naar hun oordeel gelijkwaardige woonruimte aan de woonruimtevoorraad als voorwaarde aan de vergunning verbinden.
Burgemeester en wethouders kunnen beslissen tot een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van compensatie zoals bedoeld in het eerste lid wanneer zij van oordeel zijn dat het bepaalde in artikel 3.3.1, eerste lid, van toepassing is.
Artikel 3.3.3. Intrekken vergunning
Burgemeester en wethouders kunnen een onttrekkingsvergunning intrekken indien:
niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot onttrekking;
de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;
niet wordt voldaan aan de bij de vergunning gestelde voorwaarden en voorschriften; en
In het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Artikel 3.3.4. Tijdelijke onttrekking
Burgemeester en wethouders kunnen een tijdelijke onttrekkingsvergunning verlenen als het belang van de aanvrager slechts voor een bepaalde tijd aanwezig is.
Een tijdelijke onttrekkingsvergunning kan worden verleend voor ten hoogste vijf jaar.
Artikel VII
Artikel VII
Onderdeel van Verordening tot eerste wijziging van de Huisvestingsverordening Diemen 2017