Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 5.

Artikel 2.5.10.

Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de voorgevelrooilijn. Afschuining van straathoeken.

Onderdeel van Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven maakt bekend, dat de raad van deze gemeente in zijn vergadering van 15 maart 1993 heeft vastgesteld

1.. Een naar de weg gekeerd gevelvlak van een gebouw moet in de voorgevelrooilijn zijn geplaatst 2.. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing in: de gevallen genoemd in artikel 2.5.7 en in die waarin de afwijking genoemd in de artikelen 2.5.8 en 2.5.9 is verleend; in de gevallen genoemd in artikel 2.5.13 en in die waarin de afwijking genoemd in artikel 2.5.14 is verleend, voor zover het bouwwerk geheel achter de achter­gevelrooilijn is geplaatst; in de gevallen, bedoeld in het derde lid. 3.. Indien van wegen die elkaar kruisen of van een weg die een knik maakt van 90 gra­den of minder, de tegenover elkaar liggende voorgevelrooilijnen zich in beide we­gen of zich vóór en na de knik op onderlinge tussenafstanden van minder dan 3 me­ter bevinden, moet de bebouwing op de hoeken - over een hoogte op een dergelij­ke hoek van niet meer dan 4,2 meter boven straatpeil - worden afgerond of afge­schuind, met dien verstande dat de daardoor onbebouwd blijvende oppervlakte niet groter dan 2 m2 behoeft te zijn. 4.. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in het eerste lid voor: gebouwen behorende tot een complex van gebouwen; gebouwen op handels- en industrieterreinen; vrijstaande enkele of dubbele eengezinshuizen; bijgebouwen, anders dan de in artikel 2, onderdeel 3, of artikel 3, onderdeel 1, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht bedoelde gebouwen; gebouwen ten dienste van bodemcultuur en veeteelt, pluimveeteelt daaronder begrepen, en de daar bijbehorende woningen; gedeelten van naar de weg gekeerde gevels; gevallen, waarin de welstand bij het toestaan van de afwijking is gebaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel