Deze verordening is van toepassing op het (integrale) proces rond de uitvoering van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
In deze verordening wordt onder de niet-gedefinieerde begrippen verstaan, wat daarmee in de Jeugdwet of de Wmo 2015 wordt bedoeld.
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verder verstaan onder:
aanvraag:
een verzoek tot toekenning van een individuele voorziening in het kader van de Jeugdwet;
een verzoek tot toekenning van een maatwerkvoorziening in het kader van de Wmo 2015.
algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten;
andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wmo 2015 en van de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;
bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de Wmo 2015;
gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid verwachtmag worden van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten;
hulpvraag:
- behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo 2015;
- behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei – en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de Jeugdwet.
individuele voorziening: op de jeugdige of zijn ouders toegesneden voorziening als bedoeld in artikel 3.2.
voorliggende voorziening: algemene voorziening of andere voorziening waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoet gekomen.
Hoofdstuk 1:
Artikel 1.1
Toepassing en begrippen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Baarn 2018