Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 2.7

Regels voor persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Baarn 2018

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 tot en met artikel 8.1.8 Jeugdwet respectievelijk artikel 2.3.6 Wmo 2015. 2.. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de Wmo 2015 en artikel 8.1.1. lid 3 en 5 van de Jeugdwet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 3.. De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen, jeugdhulp en andere maatregelen die tot de maatwerk – of individuele voorzieningen behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura. 4.. Het college stelt nadere regels ten aanzien van: a. de manier waarop een pgb kan worden aangevraagd; b. de criteria die gelden voor het toekennen van een pgb; c. de besteding van het pgb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel